Hoe ziet een gewone werkdag eruit op een plek waar de meeste mensen nooit binnenkomen? In “Dagboek van een cipier” zet Femke Brosens de deur naar die verborgen wereld op een kier en neemt ze de lezer mee naar de gevangenis van de Antwerpse Begijnenstraat. Aan de hand van haar ervaringen als cipier schetst ze een beeld van het dagelijkse leven achter de gevangenismuren, met alle uitdagingen, ontmoetingen en menselijke verhalen die daarbij horen. Wat gebeurt er echt achter de gevangenismuren, en welke verhalen krijgen we als buitenstaander normaal nooit te horen? Ontdek het in deze recensie van “Dagboek van een cipier” en lees mee achter de schermen van een wereld die voor de meesten verborgen blijft.
Samenvatting
Met Dagboek van een cipier geeft Femke Brosens een inkijk in haar werk als cipier in de Antwerpse gevangenis van de Begijnenstraat. Het boek verscheen bij uitgeverij Lannoo, die de voorbije jaren al verschillende gelijkaardige getuigenissen publiceerde, waaronder Dagboek van een misdaaddokter, Dagboek van een strafpleiter, Dagboek van een spoedarts en Dagboek van een vroedvrouw. Net als in die boeken staat ook hier de persoonlijke ervaring van iemand uit een specifieke beroepsgroep centraal. Aan de hand van haar eigen belevenissen beschrijft Brosens het dagelijkse leven binnen de gevangenismuren en de realiteit van het werken in een arresthuis. Het boek is gebaseerd op ervaringen uit haar eerste periode als cipier en brengt een werkwereld in beeld die voor de meeste mensen grotendeels onbekend blijft.

Op de achterflap lezen we alvast het volgende:
“Cipier Femke Brosens werkt acht uur per dag in een van de drukste gevangenissen van BelgiĆ«. Achter de hoge muren van de Antwerpse Begijnenstraat ligt een geĆÆsoleerde wereld waar niets vanzelfsprekend is. Ze botst er op de donkere randen van onze samenleving, maar ook op vormen van menselijkheid die daar onverwacht doorheen breken.
Hoe voelt het om in een arresthuis te werken, een plek waar mensen wachten op een oordeel dat hun leven voorgoed kan veranderen?
Wat doe je met het onbegrip van buitenstaanders die het over ‘hotel gevangenis’ hebben, terwijl je gedetineerden op de grond ziet slapen?
En hoe houd je als jonge vrouw stand op een overbevolkte mannenafdeling, waar verveling en uitzichtloosheid overheersen en spanningen voortdurend op de loer liggen?
Met een open blik beschrijft Femke haar eerste maanden als cipier.
Ze toont hoe dun de grens is tussen orde en chaos, tussen dader en mens, tussen wie bewaakt en wie bewaakt wordt. Tegelijk schuwt ze de pijnpunten niet: overbevolking, recidive, psychische kwetsbaarheid en de vraag wat straf vandaag nog Ʃcht betekent.
Stap mee binnen in een wereld die voor de meeste mensen achter slot en grendel blijft.”

Schrijfstijl
De schrijfstijl van “Dagboek van een cipier” is opgebouwd uit korte hoofdstukken van twee tot zeven pagina’s. Elk hoofdstuk focust op een specifieke gebeurtenis, ontmoeting of situatie, meestal binnen de muren van de gevangenis aan de Begijnenstraat. Af en toe neemt Femke Brosens de lezer ook mee naar gebeurtenissen buiten de gevangenis die een invloed hebben op haar werk of haar kijk op bepaalde situaties. Tussen deze verhalen door deelt ze regelmatig reflecties over wat ze meemaakt, zowel als cipier als mens. Daardoor ontstaat niet alleen een beeld van het dagelijkse leven in een arresthuis, maar komen ook thema’s als menselijk gedrag, rechtvaardigheid en samenleven aan bod. Opvallend is dat het boek geen datums vermeldt en dat alle betrokkenen anoniem blijven: er worden geen namen genoemd. De situaties die Brosens beschrijft zijn vaak heel menselijk en soms ogenschijnlijk klein, maar vormen telkens een aanleiding om stil te staan bij aspecten van het gevangenisleven en de bredere samenleving waar veel mensen doorgaans niet mee in aanraking komen.
Conclusie
De opbouw van dit boek werkte voor mij erg goed. Dankzij de relatief beperkte omvang van 222 pagina’s en de korte hoofdstukken kon ik het boek gemakkelijk in stukjes lezen. De afwisseling van verschillende situaties zorgde ervoor dat het geheel boeiend bleef en dat er steeds nieuwe aspecten van het gevangenisleven aan bod kwamen. De gebeurtenissen worden vaak vrij feitelijk en nuchter beschreven, maar worden regelmatig aangevuld met de gedachten en gevoelens die ze bij Femke Brosens oproepen. Persoonlijk had ik nog iets meer van die persoonlijke reflecties willen lezen, omdat net die passages me het meest aanspraken. Tijdens het lezen merkte ik ook dat Brosens geen ervaren auteur is, maar dat hoeft geen nadeel te zijn. Ze slaagt erin om de situaties respectvol en zorgvuldig te beschrijven en geeft haar ervaringen voldoende context mee, waardoor de verhalen duidelijk en begrijpelijk worden voor de lezer.
Wat de inhoud betreft, heeft dit boek me meer geraakt dan ik vooraf had verwacht. De verhalen en situaties die Femke Brosens beschrijft, maakten duidelijk dat het leven in een gevangenis veel complexer is dan het beeld dat vaak naar voren komt in de media of in gesprekken daarover. Door haar ervaringen kreeg ik een inkijk in een wereld waar ik voordien weinig over wist, en dat zorgde ervoor dat ik anders ben gaan kijken naar het leven achter de gevangenismuren. Het boek maakte me nieuwsgierig naar hoe het gevangeniswezen in elkaar zit en hoe gedetineerden, cipiers en andere betrokkenen die realiteit dagelijks ervaren. Vooral de menselijke verhalen bleven hangen en zorgden ervoor dat ik regelmatig stilstond bij situaties waar ik anders waarschijnlijk nooit over zou hebben nagedacht.
Hoewel ik hier en daar nog wat meer persoonlijke reflecties had willen lezen, kijk ik terug op een interessante leeservaring die voor mij neerkomt op een 3,5 op 5.
Je kan het boek āDagboek van een cipierā van Femke Brosens hier op bol.com terugvinden.
Veel leesplezier,
Amelie
